Protocol na overlijden

De minister-president maakt via radio en tv bekend dat een lid van het Koninklijk Huis is overleden. Daarna verstrekt de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) de informatie naar aanleiding van het overlijden, over de regelingen met gebeurtenissen in de dagen tot de bijzetting en over het ceremonieel en de plechtigheden op de dag van de bijzetting.

Afscheid in rouwkapel

Zo spoedig mogelijk na het overlijden krijgen familie en goede vrienden gelegenheid om afscheid te nemen in het woonpaleis van de overledene. Daarna ligt de overledene een aantal dagen opgebaard in een speciaal daartoe ingerichte 'Chapelle Ardente' of rouwkapel op Paleis Noordeinde. Bij de baar in de Chapelle Ardente staat een dodenwacht van vier militairen opgesteld. De dodenwacht kan betrokken worden door familieleden. De bevolking kan daar afscheid nemen en de laatste eer bewijzen.

Nationale rouw

Sinds de begrafenis van Koningin Wilhelmina, op 8 december 1962, is er geen nationale rouw afgekondigd na het overlijden van een lid van het Koninklijk Huis. De minister-president kan een speciale vlaginstructie uitvaardigen hoe en wanneer er halfstok gevlagd wordt van overheidsgebouwen.

Hofrouw

De hofhouding kent een periode van hofrouw. Deze duurt vaak van het moment van overlijden tot het moment van bijzetting. De hofhouding draagt dan stemmige kleding. Leden van het Militaire Huis dragen een zwarte rouwband om hun linkerarm. Een zwarte wimpel (een cravatte) kan tijdens hofrouw aan de standaard (onderscheidingsvlag) worden bevestigd.

Ook na het overlijden van staatshoofden kan door de Koning een periode van hofrouw worden afgekondigd.