Een wet komt tot stand in gezamenlijk overleg tussen regering (Koning en ministers) en de Staten-Generaal.

Koning Willem-Alexander zet in zijn werkkamer in Paleis Noordeinde zijn handtekening onder een aantal wetten.

Volgens de Grondwet moeten alle wetsontwerpen na goedkeuring van het parlement ondertekend worden door de Koning en de verantwoordelijke minister om in werking te kunnen treden. Dit laatste heet contraseign.

De minister neemt door zijn handtekening te zetten de staatsrechtelijke verantwoordelijkheid voor het besluit. Pas nadat de Koning en de verantwoordelijke minister het wetsontwerp hebben ondertekend, krijgt het de status van wet. Een wet treedt pas in werking nadat deze is bekendgemaakt in het Staatsblad. De minister van Justitie en Veiligheid is voor plaatsing in het Staatsblad verantwoordelijk. Ook Koninklijke Besluiten dragen de handtekening van de Koning en van de betrokken minister of staatssecretaris.